Forum

Het aantal handtekeningen op onze petitie staat momenteel op 185 (niet bevestigde daarin meegenomen). Dit is een aantal waarmee we al erg blij zijn, maar hiermee is ons doel nog lang niet bereikt. Wat we bijvoorbeeld nog missen is de discussie die we willen losmaken. Gisteren bereikte ons echter iets dat volledig aan deze wens voldoet: een reactie getiteld Vrijheid om te leven van je werk in de nieuwsbrief van Wim Keizer.

Die reactie is op z'n zachtst gezegd prikkelend, al was het alleen al omdat in het stuk internetpiraterij hand in hand gaat met het diskwalificeren van sociale media. Over de (on)zin van dat laatste sprak Keizer zich al eerder uit en stelde daarbij meermaals dat het hem gaat om feiten. Die zijn volgens hem namelijk aan erosie onderhevig in de toenemende digitale informatiestroom. In een discussie op Twitter kwam als terechte tegenreactie de opmerking: "de bron doet niet af aan de juistheid van de feiten". En daarbij zou je vervolgens kunnen stellen dat het juist een informatieprofessional toevertrouwd zou moeten zijn een bewuste selectie uit de informatiestroom te kunnen maken. En inderdaad, er wordt ook veel onzin gespuid, maar, aan de andere kant: waar niet?

Pikant in de discussie is echter dat, juist als het gaat om interpiraterij, de juistheid van cijfers (de feiten dus) daarvan door iedereen, behalve de entertainmentindustrie, ernstig wordt betwist. Of zoals Julian Sanchez van het Cato Institute, over de cijfers die ten grondslag liggen van SOPA en PIPA, stelt:

[...] I’m offended to see bad data invoked so routinely and brazenly, on general principle, it’s important to try to set the record straight. The movie and music recording industry have gotten away with using statistics that don’t stand up to the most minimal scrutiny, over and over, for years, to hoodwink both Congress and the general public. Wherever you come down on any particular piece of legislation, this is not how policy should get made in a democracy, and it’s high time they were shamed into cutting it out."

Een uiterst gedetailleerde uiteenzetting over de onjuistheid van de cijfers vind je in de rest van Sanchez' artikel How Copyright Industries Con Congress, waaruit bovenstaande quote afkomstig is. En dan is het, Wim Keizer, juist een blogger, Mike Masnick, die zelf maar een onderzoek instelt om de feiten boven tafel te krijgen, waar de politiek nog volkomen blind vaart op verzonnen gegevens van de industrie.

De feiten dus, wat zeggen die? Uit het onderzoek van Masnick blijkt dat de entertainmentindustrie méér omzet dan ooit tevoren, maar dat door een versplinterd aanbod en veranderende vraag het geld niet meer terechtkomt in de klassieke potjes en daarmee de bekende portemonnees. Dus inderdaad, er worden minder cd's verkocht en de hitmachine stokt, maar de industrie floreert desondanks. Dat is een besef dat vraagt om adaptatie aan een veranderende wereld, want het internet gaat niet meer weg en de geest van het uitwisselen van content en informatie niet meer terug in de fles. Dat is geen theorie, maar de praktijk, getuige onder meer de stelling van Paolo Coelho die de kansen ervan ziet. Of de conclusie van schrijver Neil Gaiman in een artikel dat vandaag verscheen in Forbes, Is Piracy The New Advertising? En dan zijn het wederom bloggers die in een mooie serie uiteenzetten welke lessen de uitgeverswereld kan trekken uit het digitaliseringsproces dat de muziekwereld grotendeels doorlopen heeft.

Dus om bibliotheken in deze maalstroom mee te nemen past aanpassing en niet enkel het verdedigen van een stelsel dat onder druk staat. Wat daarbíj komt, is dat bibliotheken al een eerlijke prijs betalen voor alle boeken en andere content. Dat maakt dat wij de laatste moeten zijn die zich verantwoordelijk voelt voor de financiële positie van auteurs en hun uitgevers. Dat is in eerste instantie hun eigen verantwoordelijkheid.

Maar laten we vandaag de dag nu de middelen hebben om dat grotendeels zélf te kunnen doen, zónder de door Keizer, terecht, aangehaalde afknijpende schakels in het productieproces. En laat nu internetvrijheid de basis vormen voor al die mooie huidige diensten, maar zeker hun opvolgers om de kans te krijgen zich te bewijzen. En laat daar nu een kans voor bibliotheken liggen om zichzelf eens te profileren in de voorhoede van technologische vooruitgang en politieke bewustwording. Eigenlijk is de titel van Keizer's reactie, Vrijheid om te leven van je werk, onbedoeld dus uitermate treffend.

**

deze tekst verscheen oorspronkelijk op mijn blog

You need to be a member of Platform Informatieprofessionals to add comments!

Join Platform Informatieprofessionals

Email me when people reply –

Replies

    • Als het voor 4 euro per maand per huishouden geregeld zou zijn, zou ik daar onmiddelijk mee instemmen! Dan zijn we van al het gedoe af en kunnen ons weer richten op de kern van de zaak, 'content curators' worden.

      • Probleem met die 4 euro is nog wel, zegt ook Aigrain, wie precies de artiesten zijn die mogen delen in de opbrengsten en wat je doet met de amateurs op internet (de makers van de "user generated content") die op deze manier ook wat willen verdienen met hun internetactiveiten.

        En wie betaalt de "content curators"? Ik ken nog geen bibliotheken die durven aankloppen bij hun gemeente met een jaarplan en -begroting waarin een (grote) post "content curation" staat ;-).

        Eist nog wel wat uitleg om gemeenten zover te krijgen. Of, wat natuurlijk ook kan, een business case met inkomsten die afkomstig zijn van particuliere afnemers.

  • De vrijheid om te leven van je werk.

    Die vrijheid gun ik iedereen, ook mensen die actief zijn in informatieverwerving, -verrijking en -verstrekking. Niet onbedoeld, maar bedoeld. Dus mensen als schrijvers, journalisten, filmmakers, musici en bibliothecarissen. Waarbij ik echter niet uitsluit dat dergelijke beroepen overbodig kunnen raken of gedwongen worden drastisch te veranderen door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.

    Wat ik ze wel van harte gun is dat hun vrijheid niet wordt aangetast door mensen die het aloude gebod “gij zult niet stelen” niet naleven. Dat gebod is in vrijwel elke fatsoenlijke samenleving onderdeel van de rechtsregels. En het behoort op internet evenzeer te gelden als in de fysieke wereld. Ik zou werkelijk niet weten waarom op internet andermans eigendommen jatten ineens wel zou mogen en in de rest van de (“oude”) samenleving niet. Dat zinnetje van Jeroen de Boer dat “de geest van het uitwisselen van content en informatie niet meer terug in de fles” gaat, moet hij me nog eens nader uitleggen. Wat bedoelt hij daar precies mee? Hopelijk toch niet dat je op internet vrijelijk andermans intellectueel eigendom mag jatten?

     

    Ik ben het helemaal eens met Ap de Vries van de VOB, waar die schreef: “Naast het belang van een vrije toegang tot informatie hebben bibliotheken ook belang bij auteurs en uitgeverijen die in staat zijn om hun uitingen te publiceren en deze auteursrechtelijk te beschermen. Bibliotheken hebben een groot belang bij een pluriform aanbod voor de gebruiker. Auteursrechtelijke bescherming en vrije toegang tot informatie gaan hand in hand. Bibliotheken dragen daar medeverantwoordelijkheid voor. Om die reden hebben bibliotheken ook belang bij goede afspraken en regelgeving op het gebied van downloaden. Dat mag niet vergeten worden.” (zie verder: http://www.debibliotheken.nl/commissies/digitaal/diversen.html).

     

    Iets anders is dat natuurlijk niet te voorkomen is en inherent aan elke maatschappelijke en technologische ontwikkeling dat er takken van dienstverlening en industrie met bijbehorende beroepen overbodig raken en dat er nieuwe bedrijven en beroepen ontstaan. Het heeft niet zo veel zin zich daartegen krampachtig en met oneigenlijke middelen te verzetten. Waar de terechte bescherming tegen diefstal van intellectueel eigendom gaat ontaarden in onnodige bescherming van takken van industrie of dienstverlening en beroepen die niet meer nodig zijn is, ook wat mij betreft, actie geboden.

    Nu hoor je wel vaak dat dergelijke bedrijven en instellingen maar even “een nieuw verdienmodel” moeten zien te vinden - nogal eens makkelijk geuit door mensen uit de gesubsidieerde sector - maar zo makkelijk gaat het natuurlijk niet. We moeten als samenleving wel zorgen dat maatschappelijke waarden in een tijd van transformatie overeind blijven.

     

    Ik heb het idee dat beide zaken in het verhaal van De Boer door elkaar lopen.

    Het is evident dat de digitalisering van informatie oude schakels in de keten tussen schrijver en lezer, tussen maker en consument, overbodig maken en dus ook beroepen die gekoppeld zijn aan die oude schakels. Maar lang niet iedere schrijver is een Paulo Coelho (http://paulocoelho.com/) of een J.K. Rowling met haar eigen site www.pottermore.com.  Zijn andere schrijvers daarmee zo maar overbodig?

    Ik ben, eerlijk gezegd, bang dat ook “bibliothecaris” bij de beroepen gaat behoren die overbodig raken, althans in de huidige vorm. Ik denk niet dat elke bibliothecaris in staat is een “content curator” te worden. Afgezien nog van de vragen hoeveel behoefte de samenleving aan “content curators” heeft, welke instellingen daar het beste in kunnen voorzien en welk verdienmodel daar haalbaar voor is. Daar moeten we volgens mij wel heel snel eens heel goed naar kijken (“focus, tempo en regie”).

     

    In de geschriften van De Boer (en De Boer en Mijnsbergen) komt als de grote vijand “de contentindustrie”, “de entertainmentindustrie” en “de entertainmentlobby” naar voren.

    Het zou een beetje flauw zijn om te zeggen dat openbare bibliotheken niet bedoeld waren en zijn om entertainment te bieden (maar aan bevordering van kennis en cultuur te doen), zodat we er niets mee te maken hebben wat de entertainmentindustrie via lobbyen bereikt. Het zou natuurlijk echter kunnen dat de lobby-activiteiten van de entertainmentindustrie ook gevolgen hebben voor of mede gesteund worden door bedrijven als boeken- en muziekuitgevers die voorzien in de kennis, literatuur en cultuur waar de openbare bibliotheek haar bestaansrecht aan ontleent.

    Maar moeten we de brave Bezige Bij en al die andere uitgevers met al die schrijvers die voorzien in wat bibliotheken voor hun dienstverlening nodig hebben scharen onder de vijand “entertainmentindustrie”? Of zijn het toch eerder onze bondgenoten? En krantenuitgeverijen (die het vaak moeilijk hebben) met journalisten, waar Edwin Mijnsbergen mooie samenwerkingsperspectieven mee schetste (waarmee ik het van harte eens ben: zie: http://www.edwinmijnsbergen.nl/2010/06/de-parallellen-tussen-de-jou...): vijanden  of bondgenoten?

     

    Ik lees dat ik sociale media zou hebben “gediskwalificeerd”. Mijn door De Boer gelinkte stuk over sociale media van vorig jaar onderschrijf ik nog steeds: ik maak dankbaar gebruik van sociale media, zie het nut ervan in, maar heb ook bedenkingen. Sociale media hoeven niet heilig verklaard te worden. Mijn bedenkingen zijn het laatste jaar niet kleiner geworden. Ik zit op Facebook en heb daar tientallen “friends”. Inmiddels is Facebook een beursgenoteerd bedrijf, zo niet behorend tot “de entertainmentindustrie” dan toch zeker tot “de contentindustrie”. Steeds vaker zie ik aan de rechterkant van m’n Facebookpagina dat - ik fingeer de vriendennamen even -  Jeroen de Boer Lidl leuk vindt en dat dan Lidl met zijn bedrijfslogo er een duimpje bij opsteekt. Of dat Edwin Mijnsbergen de Rabobank leuk vindt en dat bij het Rabobanklogo het duimpje omhoog staat. Bij mij veroorzaakt dat een duimpje omlaag in m’n hoofd, maar Facebook voorziet niet in duimpjes omlaag, want dat kost advertentie-inkomsten.

     

    Toevallig las ik afgelopen weekend een recensie in de Economie-bijlage van NRC Handelsblad over een boek Sharing: Culture and the Economy in the Internet Age van Philippe Aigrain (€ 30,99, maar als e-book, gratis op: www.sharing-thebook.com).

    De kop van de recensie is “Het recht op ongelimiteerd plukken”. Ik lees: “Veel artiesten zitten in een spagaat. Ze maken zich zorgen over hoe ze betaald zullen worden voor hun werk in een wereld waarin meer en meer mensen opgroeien met het idee dat cultuur gratis van internet te halen is. Tegelijk willen ze geen oorlog tegen hun eigen publiek voeren.”

    Aigrain stelt voor dat het zonder winstoogmerk delen van bestanden (muziek, films, boeken) moet worden geaccepteerd als een recht, maar dat de internetgebruiker in ruil een maandelijkse bijdrage betaalt die onder artiesten zal worden herverdeeld. Hij komt op 4 euro per maand per huishouden.

    Recensent Peter Teffer merkt op: “Het boek is zowel bedoeld voor  aanhangers van “internetvrijheid” als voor mensen die piraterij als een doodzonde beschouwen.” Zelf is Aigrain, volgens Teffer, bestrijder van “repressie en hersenspoelen van consumenten door de entertainmentindustrie”. Teffer vindt dat Aigrain zijn sympathieke idee zal moeten versterken door uit te leggen waarom de mensheid het recht zou moeten hebben op ongelimiteerd “file sharing”.

     

    Ik heb niet de antwoorden op alle problemen, maar ben het niet eens met Jeroen de Boer waar die zegt dat bibliotheken de laatste moeten zijn die zich verantwoordelijk voelen voor de financiële positie van auteurs en hun uitgevers.

    Dat er ook in de digitale toekomst nog cultuur, kennis en literatuur gemaakt en verspreid kan worden lijkt me mede een verantwoordelijkheid voor de openbare bibliotheken. Meer dan dat: ze hebben er ook belang bij.

    (N.B.: Had een paar typefoutjes verbeterd, waardoor deze bijdrage nu na de reactie van Esther komt)

    • Dag Wim,

      Mijn reactie op je bericht wordt door Ning als te lang beoordeeld. Ik heb 'm daarom op m'n blog geplaatst:

      http://jeroendeboer.net/2012/03/22/precies-vrijheid-om-te-leven-van...

      Met vriendelijke groet,

      Jeroen

    • Dag Wim,

      Fijn dat je zo uitgebreid de moeite hebt genomen om te reageren. In de discussies wordt vaak extra dik aangezet en zijn er vanuit de verschillende invalshoeken vele argumenten en tegenargumenten aan te voeren. Het propageren van -totale- vrije toegang tot digitale informatie kun je wat dat betreft net zo min letterlijk nemen als de stelling dat alle organisaties die uitgeven behoren tot de 'verfoeide entertainmentindustrie'. Het gaat in beide kampen vooral om de uitwassen. Mensen die alles direct jatten en opnieuw delen, maar ook bedrijven als Disney die er op los procederen om geld te verdienen aan rechten op beelden die ze zelf ook hebben gepikt.  Het gaat mis als het grote geld om de hoek komt kijken...zoals zo vaak.

      Het concept van de mediabelasting vind ik interessant. In 2009 pleitte ik daar ook voor en berekende ik tegelijktijd wat ik zoals uitgeef aan media: http://www.edwinmijnsbergen.nl/2009/08/wil-jij-betalen-voor-online-.... Daar zitten ook gewoon grenzen aan. Maar als er, in het tijdperk van overvloed, ruimte is voor verleiding, is de kans best groot dat ik meer uitgeef dan ik had gepland. In het oude tijdperk ging ik samen met mijn vrienden muziek kopen. We kochten er allemaal 5. Had ik er 5 op vinyl en 20 op tape. Zo werkt het digitaal ook, alleen heb je dan wat meer op tape. Het punt is echter dat je op een gegeven moment zoveel tape kunt hebben dat je dan toch weer overstapt naar minder...en naar aanschaf. Of je besteedt je geld aan andere media.

      Ik gun ook iedereen z'n verdiensten...maar dan wel de makers, niet de grote uitknijpers die er tussen zitten. En het mooie is: het digitale tijdperk is daar uitermate geschikt voor. Miljoenen mensen downloaden Wordfeud voor nop en nemen de advertenties voor lief. Honderdduizenden betalen 2 euro 39 om advertentievrij te kunnen spelen. De makers verdienen er prima aan en facilitator Apple mag ook niet klagen. In dat verhaal zou je dan denken dat Jumbo huilt, met de rechten op Scrabble. Maar ook zij plukken uiteindelijk vruchten http://www.gelderlander.nl/nieuws/algemeen/binnenland/9988420/Met-k....

      Natuurlijk gaat zo'n voorbeeld niet altijd op, zeker niet bij kleinere publicisten e.d., maar ik wil er nog maar eens mee benadrukken dat er ook zo veel mogelijkheden zijn, op dit gebied, en dat het mede daarom niet goed voelt als oude modellen worden losgelaten op de digitale wereld. Die wereld is gewoon anders. Dat is geen pleidooi voor diefstal, dat is een vaststelling van de aard van het medium, en van de gevolgen daarvan. Ik geloof oprecht dat mensen die mooie dingen schrijven, door de verspreiding van hun werk, al dan niet illegaal, boven het maaiveld uitkomen en juist daarom veel meer mogelijkheden krijgen om geld te verdienen aan hun werk. Meer dan in het analoge tijdperk. Als ik het op mezelf mag betrekken: voor al m'n geblog heb ik nooit iets gekregen. Voor Middelburg Dronk en al die andere dingetjes ook niet. Maar indirect heb ik er later toch werk door gekregen, denk ik. In de jaren '80 had ik dan misschien eerst een boek moeten schrijven....en dan maar hopen dat het niet meteen in de ramsj belandde...

      Je boekentip ga ik downloaden, dat klinkt interessant. Doet me bedenken dat ik in het verleden ook gratis boeken als 'the wealth of networks', van Benkler (legaal) downloadde. Later heb ik het papieren boek ook gewoon gekocht, omdat ik het zo goed vond. De meeste mensen zullen dat wellicht niet doen, maar het kan! :-)

This reply was deleted.